Faeröer eilanden

Plaatsen > Faeröer eilanden

De 18 eilandjes liggen midden in de Atlantische oceaan tussen IJsland, Scandinavië en Schotland. Ze zijn nog altijd een overzees gebied van Denemarken mat een zekere autonomie. Een deel van die autonomie uit zich in hun postzegels, die de natuurlijke schoonheid van de eilanden tonen.

De eilanden werden in de 9e eeuw voor het eerst bewoond door Noorse boeren en pastoralen. In feite is bijna elke bewoner een afstammeling van de Noorse Vikingen die het eilandje ontdekten. In 1397 werden de eilanden een Deense provincie en later werd het onafhankelijk binnen het Deense rijk. Vergeleken met Denemarken zijn de Faeröer veel conservatiever en religieuzer.

De Faroe eilanden zijn alleen bereikbaar per vliegtuig of per ferry. Je kan er door verlaten landschappen wandelen, of je met een boot langs steile rotswanden laten voeren. Daarbij is het een paradijs voor vogelliefhebbers, vooral in mei, wanneer de vogels broeden. 

Echt druk is het er niet: in sommige dorpjes, met veel traditionele huizen met daken van gras, wonen minder dan 100 inwoners. 80% Van de bevolking leeft van de visserij. Een oud Faeröers gebruik is het vangen van de Griend, een kleine soort van walvis. Vanuit alle kanten is hier veel verzet op. Toen Denemarken bij de EU kwam, wilden de Faeröer Eilanden niet mee, aangezien de EU strenge visserijregels heeft.

Ben je de rust en eenzaamheid zat, zorg dan dat je op St Olavs dag in Thorshavn bent (28 en 29 juli), de Faroërse equivalent van koninginnedag, waar de mensen feesten tot ze er bij neervallen.

Een verblijf op de Faeröer Eilanden is niet goedkoop. Alle levensmiddelen worden geïmporteerd per vliegtuig. Het traditionele Faeröerse eten is voornamelijk vlees. Groente, fruit en aardappels groeien niet op het eiland. Vast onderdeel van bijna elk maal is schaap, ook in gedroogde versie. Om dit te eten heb je een scherp mes nodig en behoorlijk getrainde kaken…

Tot 1992 was alcohol op de eilanden verboden. Omdat het een gelovig gebied was, werd er al niet zoveel gedronken. Daarbij was het duur om in te voeren vanaf het vasteland, waardoor boeren het zelf begonnen te stoken en illegale handel geen uitzondering werd.

De Faeröer-eilanden omvatten de volgende steden: Fuglafjorohur, Klaksvik, Runavík, Tórshavn, Tvoroyri en  Vestmanna.

Torshavn
Torshavn wordt ook wel ‘de saaiste hoofdstad ter wereld’ genoemd. De naam Torshavn is afgeleid van de Noorse god Thor. De hamer die Thor had om donder en bliksem te creëren, is dan ook het symbool van de stad. Omdat de inwoners van de visserij leven, is de haven de meest prominente plek. Dit blijkt ook op het St. Olavs Feest op 28 en 29 juli. St Olav was een Noorse koning die het Christendom naar de eilanden bracht. Bijna de helft van de bevolking vliegt deze dagen hun huis uit om zich òf in traditioneel kostuum te tonen, òf de grootse roeiwedstrijd bij te wonen òf/en hierna eens flink te gaan drinken.

Gjogv
Gjogv ligt in een baai in het noorden en is een idyllisch dorpje met 58 inwoners, waar je ook kan duiken. Dichtbij liggen twee ‘Rocking stones’ in de zee. Het is een mysterie waarom deze twee stenen op hun plek blijven. Volgens de legende zouden het twee behekste piratenschepen zijn die voor altijd als twee rusteloze stenen in het water zullen liggen.

Kirkjubour
Tijdens de Middeleeuwen was dit de grootste en rijkste boerderij van de Faeröer Eilanden. En het episch centrum van de eilandengroep, plus één van de eerst bewoonde plekken. Er spoelde hier veel drijfhout aan. Dit kwam goed van pas, vooral voor het bouwen van huizen. Er groeiden namelijk geen bomen! Zonder aangespoeld hout kon je je huis dus niet afbouwen. Het opvallendst is de gotische kathedraal die tot stand kwam ter ere van de Noorse heilige St. Magnus. Wegens geldgebrek werd deze nooit afgebouwd.

De berg Slaettaratindur is het hoogste punt van de eilanden met 882 meter. De weg van Eidi naar Funningur slingert zich langs de voet van de Slaet en deze route is een hoogtepunt voor bezoekers. Vanaf de westzijde is het smalle dal waarin Eidi ligt goed te zien. Ook heb je naar het noorden toe een prachtig uitzicht over de rotsen Risin en Kellingin.

Skuvoy
Wil je lekker aan het strand hangen, dan kan dat op Skuvoy. Het is het vlakste eilandje met mooie zandstranden. Veel toeristen gaan hier naar toe om te vissen in de meren (visvergunning verplicht!).

Een ritje met de helikopter is vrij normaal op de Faeröer Eilanden. Twee eilanden zijn zelfs alleen op die manier te bereiken. De Faeröerse regering subsidieert dit vervoersmiddel voor een deel. De heli gaat drie keer per week en is hoofdzakelijk bestemd voor de bewoners, maar ook de toerist kan een vluchtritje maken. De prijs ligt rond de 20 euro en het uitzicht over de eilanden is zeker de moeite waard. Ze vliegen wel alleen als het goed weer is, wat even wachten betekent bij een minder mooie dag…

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *