Hans Christiaan Andersen

Thema’s > Hans Christian Andersen

Op veertienjarige leeftijd verliet de jonge Hans Christian Andersen (1805-1875) zijn geboortestad Odense en vertrok naar Kopenhagen om, zoals hijzelf zei, beroemd te worden. Tot zijn grote teleurstelling werd hij afgewezen als leerling van de Koninklijke Schouwburg. De welgestelde handelaar Jonas Collin ontfermde zich over de ontheemde jongeling en liet hem de middelbare school in Slagelse afmaken. In 1827 maakte Andersen zijn schuchtere dichterlijke debuut.

Twee jaar later volgde zijn prozadebuut, Fodrejse fra Holmens Kanal til Østpynten af Amager, een humoristisch verslag van een voetreis van het centrum van Kopenhagen naar het eiland Amager. Andersen was inmiddels toegelaten tot de universiteit, maar maakte zijn studie nooit af. In 1831 maakte hij zijn eerste buitenlandse reis, naar Duitsland, waarna er nog 29 volgden. Hij vestigde zich na zijn terugkeer als schrijver in Kopenhagen. Zijn eerste grote roman, Improvisatoren (1835, De Improvisator) is het verhaal van een arme Italiaanse jongen die grote roem verwierf. Het boek werd matig ontvangen, maar des te meer succes had hij met de twee sprookjes die hij in hetzelfde jaar publiceerde. Door het succes kwam Andersen in contact met vooraanstaande burgers in en buiten Denemarken en werd een graag geziene gast in menig huis. Hij logeerde graag in een kasteel of op een landgoed, waar hij zich dan in zijn kamer terugtrok om te schrijven. Zijn sprookjes hadden een zeer persoonlijk karakter; zijn eigen tragikomische leven bood voldoende stof tot schrijven. Bestaande vertellingen vertelde hij op een originele en humorvolle wijze. Tot zijn dood bleef hij sprookjes schrijven die uiteindelijk in Eventyr og Historier (1870-1874, Sprookjes en verhalen) werden gebundeld. Zijn bekendste sprookjes zijn: Het lelijke jonge eendje, De nachtegaal en De stopnaald.

Hij schreef nog enkele andere romans waarvan Het sprookje van mijn leven (1846) en De twee baronessen (1848) de bekendste zijn.Minder succes had Andersen met zijn toneelstukken. Hij schreef er ruim dertig, maar slechts een enkele bracht succes. Andersen bleef voor zijn tijdgenoten de sprookjesschrijver. Hij was een onvermoeibaar reiziger, altijd voorzien van een lang touw want hij had een panische angst voor brand. Hij schreef reisverhalen over zijn verblijf In Zweden (1851), In Spanje (1863) en In Portugal (1866). Andersen was ongelukkig in de liefde. Hij werd verliefd op Riborg Voigt uit Faaborg en de Zweedse zangeres Jenny Lund. Beide vrouwen beantwoordden zijn liefde niet. Hij bleef ongehuwd en leidde een eenzaam leven.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *